Groep 4

Welkom op de groepspagina van de groepen 4.

 

Hier vindt u allerlei informatie met betrekking tot groep 4.

Voor informatie betreft een specifieke groep klikt u op een van de onderstaande links.

 

Klik hier voor de website van groep 4a

Klik hier voor de website van groep 4b

BERICHTEN

11 jan 2018 - Spelling thema 4
Tijdens de spellinglessen leren we woorden met:

 

- woorden met aai (haai)

- woorden met ooi (kooi)

- woorden met oei (boei)

- woorden met eind d of midden d die klinkt als t (hond)

- woorden met be (bezoek)

- woorden met ge (gebak)

- woorden met ver (verkeer)

 

Daarnaast herhalen we de woorden/moeilijkheden die we geleerd hebben in de eerdere thema's. 


11 jan 2018 - Taal thema 4
Tijdens de taallessen leren we dit thema:

 

- een zin maken o.a. door vragen te stellen over het werkwoord

- klankgroepen

- pictogrammen

- woorden onthouden door een tekening te maken

 

Tijdens de lessen over woordenschat leren we de volgende woorden:

 

- week 1: de levensfase, de peuter, de volwassene, de bejaarde, ouderwets, modern, het uniform, opgroeien, de ervaring, het verslag, een hekel hebben aan, iets op zak hebben

- week 2: de bruiloft, de bruidegom, het bruidsmeisje, morgenochtend, morgenmiddag, gisteravond, de sleep, algauw, de receptie, het feestmaal, de toespraak, gewoonlijk

- week 3: de volgorde, een voor een, andersom, rangschikken, de grootte, het aanbreken van de ochtend, het vallen van de avond, tegenwoordig, voortaan, het geduld, het tijdstip, schrappen


20 dec 2017 - Rekenen blok 3
Tijdens de rekenlessen leren we:

 

- betekenis van een getal

- springen op de getallenlijn met sprongen van 10 - 5 - 1 (vooruit en terug)

- optelsommen op de getallenlijn uitrekenen

- aftreksommen op de getallenlijn uitrekenen

- kwart voor en kwart over op de klok aflezen en noteren

- verschil tussen geldbedragen uitrekenen op de getallenlijn

- bepalen wat je kan kopen van een bedrag

- betalen met zo min mogelijk muntjes en briefjes

- wisselgeld berekenen op de getallenlijn

- gelijke groepjes maken (met materiaal) en de keersom erbij noemen

- keersommen maken met materiaal

- rijen tegels omzetten in een keersom

 


03 nov 2017 - Spelling thema 3
Tijdens de spellinglessen leren we woorden met:

 

- woorden met ng (tong)

- woorden met nk (bank)

- woorden met een ei (trein)

- woorden met een ij (ijs)

- woorden met eer (beer)

- woorden met oor (boor)

- woorden met eur (deur)

 

Daarnaast herhalen we de woorden/moeilijkheden die we geleerd hebben in de eerdere thema's. 


03 nov 2017 - Taal thema 3
Tijdens de taallessen leren we dit thema:

 

- klinkers en medeklinkers

- het bijvoeglijk naamwoord

- de basisstructuur van een zin (werkwoord en zelfstandig naamwoord)

- samenstellingen met werkwoord en zelfstandig naamwoord

- een woordbetekenis afleiden van een plaatje

 

Tijdens de lessen over woordenschat leren we de volgende woorden:

 

- week 1: het meubilair, inrichten, passen en meten, saai, afwisselend, het idee, de wand, fraai, het gips, het karwei, de krukken, het luik

- week 2: het grofvuil, het vuilnis, het gft, het puin, het meetinstrument, de duimstok, het meetlint, de rolmaat, de lampenkap, hinken, de plattegrond, ontwerpen

- week 3: de specerijen, het kaneel, de kerrie, de nootmuskaat, het bakmeel, het deeg, kneden, rijzen, bakken, de bereidingswijze, de ingredienten, het recept


06 okt 2017 - Rekenen blok 2
Tijdens de rekenlessen leren we:

 

- werken met tienen en enen

- springen op de getallenlijn met sprongen van 10 - 5 - 1 (vooruit en terug)

- optelsommen maken met tienen en enen

- getallen op de getallenlijn benoemen

- buurgetallen benoemen

- stipsommen naar een tiental toe

- handige sommen gebruiken om sneller te rekenen

- meten in meters en centimeters

- verdubbelen en halveren

- geld optellen, wisselen en geld teruggeven

- digitale klok (hele uren aflezen)

- tijdsduur berekenen

- groepjes maken en daarmee handig tellen

 


06 okt 2017 - Spelling thema 2
Tijdens de spellinglessen leren we woorden met:

 

- woorden die beginnen met een v (vlag)

- woorden die beginnen met een f (fluit)

- woorden die beginnen met een s (som)

- woorden die beginnen met een z (zon)

- woorden die beginnen met sch (schat)

- woorden die beginnen met schr (schrift)

 

Daarnaast herhalen we de woorden/moeilijkheden die we geleerd hebben in de eerdere thema's. 


06 okt 2017 - Taal thema 2
Tijdens de taallessen leren we dit thema:

 

- het werkwoord

- het bijvoeglijk naamwoord

- de punt aan het eind van de zin

- het verkleinwoord

- een woordparachute maken

 

Tijdens de lessen over woordenschat leren we de volgende woorden:

 

- week 1: op pad gaan, onderweg zijn, de bestemming bereiken, de kust, de duinen, het gebied, het binnenland, de duikbril, de auteur, de serie, de griffel, de illustratie

- week 2: de golf, de branding, de stroming, het getijde, de eb, de vloed, de schol, de tong, de baars, opkomen (van de zon), ondergaan (van de zon), fris

- week 3: rijmen, het rijmwoord, de rijmklank, het gedicht, opeens, geleidelijk, de vos, de blubber, de tekst, muzikaal, eindeloos, de heimwee


01 sep 2017 - Rekenen blok 1
Tijdens de rekenlessen leren we:

 

- rekenen met het rekenrek en de kralenketting t/m 20

- handig rekenen met stappen van vijf

- sommen t/m 20

- rekenen met geld

- optellen en aftrekken met overschrijding van 10

- opteltabel en aftrektabel

- kalender en hele/halve uren op de klok

- hoogtegetallen

- verhaaltjessommen

 


01 sep 2017 - Spelling thema 1
Tijdens de spellinglessen leren we woorden met:

 

- twee medeklinkers aan het begin (klap)

- twee medeklinkers aan het eind (tent)

- twee medeklinkers aan het begin en het eind (plant)

- drie medeklinkers aan het begin (strik)

- drie medeklinkers aan het eind (worst)

- een tussenklank na l (wolk)

- een tussenklank na r (berg)


01 sep 2017 - Taal thema 1
Tijdens de taallessen leren we dit thema:

 

- het zelfstandig naamwoord

- het lidwoord

- samenstellingen

- het alfabet

- de woordspin

 

Tijdens de lessen over woordenschat leren we de volgende woorden:

 

- week 1: de onbekende, de bekende, de boezemvriend, de redder, het gevaar, de veiligheid, de stakker, de ramp, de handtekening, de kameraad, vluchten, de stam

- week 2: de held, de lafaard, dapper, laf, een oogje hebben op, een kleur krijgen, hevig, alsmaar, met opzet, boffen, het talent, het bewijs

- week 3: haten, de vijand, optrekken met (iemand), de e-mail, het beeldscherm, de laptop, de toets, de kans, driemaal is scheepsrecht, het praatje, de tekstballon, de denkwolk